Column

Elke zaterdag een nieuwe column vanuit een uNiek perspectief.

31 Juli 2021, Spelen

“Beide teams krijgen een medaille.” 

Verbaasd keek ik om richting de middenstip van het voetbalveldje ergens in een park aan de rand van de stad. 

Ik zag wat ouders op de tribune zitten, dus ik besloot erbij te gaan zitten om te weten te komen waar het over ging.

Nu ving ik de gesprekken op van de ouders. 

“Het is maar goed dat ze allemaal een medaille krijgen, zo wordt onze jongen niet geconfronteerd met de slechte emoties die verliezen teweeg brengt.”

“Inderdaad.” 

Nu zag ik de twee teams in een rijtje staan voor de man met de microfoon op de middenstip, die een grote berg medailles uitdeelde vanuit een kartonnen doos, voor de winnaars én voor de verliezers. 

Een vreemd schouwspel, ik besloot maar terug te gaan richting huis.

De olympische spelen waren begonnen, wie weet zouden we wel wat gaan winnen. 

Het zat in het begin niet mee, tot we uit het niets het Nederlands recordaantal medailles op één dag behaalden. 

De stijgende lijn was ingezet, de spelen waren los.

Nu waren alle ogen gericht op het turnen, de ster van de show was een Amerikaanse turnster genaamd ‘Simone Biles’, meervoudig winnaar en kapitein van het ‘Team USA’ die zichzelf vol zelfvertrouwen al eens had benoemd tot ‘Beste Aller Tijden’.

“Dat gaat vast een spektakel worden.” dacht ik bij mezelf. 

Maar tot mijn schrik maakte ze meteen al een flinke fout.

Je kon aan haar blik zien dat ze het niet had verwacht, zeker niet op dit toneel.

Nu zat ik op het puntje van mijn stoel, ik was er zeker van dat deze vrouw op zou staan en zich zou herpakken, om vervolgens haar team naar de overwinning te begeleiden. 

Maar dat gebeurde niet.

Ze stopte meteen, en zag haar team het vervolgens afleggen tegen de Russen. 

Tegen de Russen, extra pijnlijk natuurlijk.

Vol belangstelling wachtte ik op haar persverklaring. Misschien had ze wel een ernstige blessure opgelopen ofzo. 

Maar dat was het niet. 

Ze kon de mentale druk niet aan, het voelde voor haar alsof de druk van de wereld op haar schouders lag. 

Een eventueel verlies, falen op deze spelen, dat zou katastrofale emoties voor haar teweeg hebben gebracht.

Daarom was stoppen op dat moment de beste optie.

Zelf leek ze nog even te twijfelen hoe dit had kunnen gebeuren, maar ik wist het allang.

“Dit was nooit gebeurd, als iedereen een medaille zou krijgen.”



24 Juli 2021, Persoonlijke zorg

Dag 1

Ik weet nog wat de arts had gezegd, “binnen 2 maanden word je gebeld.” 

Er belde niemand, en als ik zelf belde waren ze voortdurend in gesprek. 

Dan maar zelf ernaartoe. 

De hele middag ervoor vrijgemaakt. Totdat ik op een verlaten polikliniek stond. 

Nu keek ik om me heen, en haastte me richting een schoonmaakster die de vloer aan het dweilen was.

“Waar is de polikliniek gebleven?” 

Ze gaf geen krimp, en wees naar een blaadje met tekst, dat ik waarschijnlijk over het hoofd had gezien. 

“Vanaf heden is deze polikliniek verplaatst.”, met daaronder een adres aan de andere kant van de stad. Lekker dan. 

Dag 2

Ik stapte de bus uit bij een gigantisch modern gebouw, het ziekenhuis aan de andere kant van de stad. 

Ik zag meteen dat ik niet de enige was die er zich voor de eerste keer bevond. 

Omaatjes met rollators liepen over de weg omdat het zebrapad bijna niet te bereiken was, terwijl ze ontweken werden door mensen wanhopig op zoek naar een parkeerplek. 

Toen ik binnenkwam zag ik twee grote schermen staan met streelpanelen, met daartussen een man in een geel hesje met de tekst ‘Kan ik u helpen?’. 

Voor mij in de rij stond een oude man, aangezien hij lang werk had kon ik alvast kijken wat er op het scherm stond. 

5 gigantische rijen met opties, elke optie een andere afdeling van het ziekenhuis. 

Na 5 minuten had hij de juiste afdeling weten te vinden en drukte op het scherm, waarna er een kaartje met een nummertje door het apparaat werd uitgespuugd. 

Nu draaide de man zich om naar mij, “wat moet ik met een nummertje? Ik moet eerst weten waar de afdeling is.” 

Ik keek om me heen, de man met het hesje was ‘m tactisch gesmeerd, “ik weet het ook niet.” zei ik tot slot. 

Nu stond ik voor het apparaat, en had ik de man met het hesje reeds in mijn vizier. Toen het apparaat het nummertje begon uit te spugen, zag ik hem al wegduiken. 

“Ho, ho, ho!” riep ik, de man bleef staan. 

“Kan ik u helpen?” 

“Ja, ik zoek mijn polikliniek.”

Na een ellenlange zoektocht en een wachtrij van hier tot ginder, zat ik eindelijk voor de receptioniste. 

Het getik op het toetsenbord werd met de seconde ondragelijker. Totdat daar uiteindelijk het verlossende woord kwam. 

“U had inderdaad gebeld moeten worden.” 

Ze haalde haar schouders op. Terwijl ik haar verbaasd aankeek.

Zo zaten we nog ongeveer een halve minuut stil, totdat ik toch maar besloot zelf het initiatief weer te nemen. 

“Klopt… maar dat is niet gebeurd.” zei ik op mijn beurt schouderophalend.

Nu keek ze serieus, en daadkrachtig uit haar ogen, waarna ze wederom begon te tikken. 

“Ik zal ervoor zorgen dat u binnen een paar dagen gebeld wordt.” 

“Dankuwel.” 

Onderweg terug naar de bus keek ik tevreden terug op de afgelopen twee dagen. 

Missie geslaagd, leve de bureaucratie. 



17 Juli 2021, Ochtendritueel

Terwijl ik rustig koffie aan het drinken was met de krant erbij, viel mij een klein blauw object op dat tussen mijn planten terecht was gekomen. Aangezien ik net goed en wel gesetteld was in mijn stoel, besloot ik nadere inspectie even uit te stellen. 

Het nieuws in de gaten houdend, leek alle logica deze week ten einde te zijn gekomen. Het was alsof er een virus mijn laptop was binnengedrongen, dat normale nieuwsartikelen in satire veranderde. De onderwereld in Nederland was de bovenwereld geworden, mannen waren vrouwen geworden en daders waren slachtoffers geworden. Meer testen, beter gezegd, de ‘test samenleving’ bleek meer besmettingen tot gevolg te hebben… En blijkbaar had niemand dat voorzien. Aan de andere kant moest ik ook de Poolse dreiging van een vierde golf serieus nemen vanwege 96 besmettingen per dag op 40 miljoen inwoners, het verschil tussen wel en niet testen voor toegang. Afijn, daarna kwam Cuba in beeld, en kwam ik erachter dat het Spaanse woord ‘Libertad’ helemaal niet ‘vrijheid’ betekent. Nee, volgens de journalisten betekende dit ‘wij willen meer lockdowns en vaccins’. Die verandering van betekenis was mij schijnbaar ontgaan gedurende mijn studie Spaans, wellicht is het sinds kort doorgevoerd. 

Van vermoeidheid legde ik de krant opzij, en viel mij nogmaals het blauwe object op. Ik besloot toch maar eens te gaan onderzoeken wat het was. Terwijl het ding tussen mijn duim en wijsvinger rustte, zag ik meteen dat het een kleine bmw-cabrio betrof. Ik legde het speeltje naast mijn kop koffie, en las verder. 

Polen was wederom de pineut, aangezien ze het nationale recht zwaarder vinden wegen dan het EU-recht. Nadat ik vervolgens Frans Timmermans op een iets te klein klapstoeltje zag uitleggen, dat de EU gaat bepalen hoeveel ieders brandstof, energie en stukje vlees moet gaan kosten, wist ik eigenlijk niet of dat wel zo slecht was. 

Nu hoorde ik gekrijs van boven, het buurjongetje was vast overstuur. Ik maakte me enigszins zorgen over wat er was, maar probeerde mezelf er uiteindelijk maar niets van aan te trekken, terwijl ik de laatste bladzijde omsloeg. 

Tot mijn schrik zag ik, dat de lage landen geteisterd werden door grote overstromingen. En dat nét in de zomer waarin velen voor het eerst besloten om toch maar naar een camping in eigen land te gaan om tot rust te komen. 

“Wat een ellende.” dacht ik, terwijl ik de bovenbuurman groette die bij het hek kwam staan. 

“Heb je toevallig een blauw autootje gezien? Mijn zoon is ‘m kwijt.” 

“Jazeker” zei ik, terwijl ik het speeltje oppakte en in zijn handpalm duwde. 

“Bedankt, je helpt me hier enorm mee!” 

“Geen dank.” zei ik, terwijl ik hem terug zag haasten. 

De ellende in de wereld kon ik niet verhelpen. 

Maar die van de buurman gelukkig wel. 



10 Juli 2021, Pakkie-an

Soms moet je voor korte tijd, een hoop verantwoordelijkheid dragen. Meer dan waar je van tevoren op bent voorbereid zelfs. 

Dat overkwam mij deze week toen de buurvrouw mij aansprak, en vroeg of ze de heggenschaar mocht lenen. “Natuurlijk.” zei ik meteen, waarna ik het ding overhandigde. Maar tijdens het overhandigen zag ik die blik in haar ogen, die blik die we allemaal kennen, die blik die ons over luttele minuten om een gunst zal gaan vragen. 

Op m’n gemak hurkte ik vervolgens neer om al vooruit starend mijn koffie op te drinken. Toen ik deze eenmaal op had, kwam het hoofd van de buurvrouw weer de hoek om “Bedankt voor het lenen!” zei ze, terwijl ze de heggenschaar over het hekwerk aanbood. “Geen dank, laat maar weten wanneer je hem weer nodig hebt.” zei ik toen. 

Ik draaide me vast om, maar wat ik verwachtte, gebeurde ook. “Trouwens.” hoorde ik nu al. 

Ik liep terug haar richting in. “Ja?” vroeg ik. 

“We gaan zondag drie weken op vakantie, zou je onze planten water willen geven wanneer we weg zijn?” 

“Natuurlijk.” zei ik zonder na te denken. 

Vervolgens hoorde ik een paar dagen niks, ik zat op mijn werkkamer uit het raam naar de fontein te kijken toen er plots iemand aan de deur klopte. De buurman.

“Hallo.”

“Hoi, kan ik zo de planten komen brengen?”

“Ja, is goed.”

Vervolgens liep ik naar de tuin om via het hekwerk alle tomatenplantjes, paprika plantjes en een paar prachtig hangende potten met bloemen in ontvangst te nemen.  

“Wel teruggeven hè!” grapte de buurman.

“Dat zien we nog wel.” grapte ik terug.

De buurman verdween uit zicht.

“Nu maar zorgen dat de bloemen de komende hittegolf overleven” dacht ik bij mezelf, terwijl ik de gieter vulde met water. 

Nu ging ik alle planten af, beginnend bij de tomaatjes, daarna de paprikaatjes en vervolgens één voor één de hangende bloempotten. Dat ging prima, totdat ik bij de bovenste pot was aangekomen. 

In mijn hoofd echode maar één gedachte “Wat je ook doet, je gaat hiervoor geen opstapje gebruiken.” 

Ik vulde de gieter nogmaals vol, ging op mijn tenen staan en probeerde met twee gestrekte handen het water in de pot te gieten. Het lukte niet, tot overmaat van ramp viel er een grote spetter water in mijn gezicht.

Nu stond ik minutenlang te staren naar de bloempot en het opstapje dat ik binnen had staan. Maar mijn hersenen waren standvastig, “Nee, geen opstapje”.

Uiteindelijk had ik een idee, ik pakte een groot glas van de Ikea, vulde deze tot de nok toe met water, en gooide op goed geluk het goedje richting de pot. De helft viel precies goed, maar de andere helft viel bij de buren op het zitterras.

Nu kwam het hoofd van de buurman nogmaals om de hoek. 

“Nu gaan we het krijgen.” dacht ik.

“Ik zie dat je de smaak al aardig te pakken hebt, neem gerust een paar tomaatjes als ze rijp zijn, tot over drie weken!”



3 Juli 2021, Viva Holandia

“Gelukkig hebben we die Orban even laten zien wie hier moreel superieur is.” 

Dat is het laatste wat ik dacht toen ik het laatste fluitsignaal hoorde, en dat is ook alles wat ik over de wedstrijd zal melden. 

Alles is hierover namelijk al gezegd deze week. 

Graag zou ik daarentegen een positief geluid willen bieden aan eenieder die deze column leest. 

Wees blij dat je in een vrij land als Nederland leeft.

De afgelopen week zijn we gezamenlijk met onze neus op de feiten gedrukt. 

Alle andere landen zijn namelijk stout, en niet zo’n beetje ook. 

Heel west Europa stond op z’n kop, het was namelijk wéér raak met Hongarije. 

Dit keer ging het zo ver dat zelfs onze premier heeft bekendgemaakt, dat ze maar beter op kunnen pleuren. 

En als hij het zegt kun je maar beter luisteren, een meer integere man zul je niet snel treffen. 

Afijn, ik hoef natuurlijk niet eens uit te wijden over de inhoud van die Hongaarse wet. 

Aangezien ik me niet kan voorstellen dat een volk dat zo verontwaardigd is, zichzelf niet eens zou hebben verdiept in de inhoud. 

En dan hadden we nog onze grote vijand Kim, ook wel ‘rocket-man’ genaamd. 

Kim was een aantal kilo’s afgevallen, en dat moest volgens de staatspropaganda wel betekenen dat ook hij, net als het volk, lijdt onder het zware voedseltekort dat het land kent. 

Gesterkt werd ik in mijn voorkeur voor Nederland, en haar onafhankelijke pers, toen ik interviews zag met de Noord-Koreaanse bevolking. 

Ze werden op camera gemaand tot tranen aan toe ontroerd te zijn vanwege het gewichtsverlies van hun grote leider. 

“Há, wat een losers, wat moet het verschrikkelijk zijn om in een land te leven waar de regering bepaald wat je moet doen, en waar geen persvrijheid is. “

Dat zei ik tegen mezelf, terwijl ik de documentaire van Sigrid Kaag aanzette. 



Lees ook mijn eerdere columns:

Poolse voetbaltraditie

Stemmen is belangrijk

De term

Vluchtgedrag

Spotprijsje

Het bitterballenmysterie

Oneindig Carnaval

Niek Schermer
Janusz
Na een traumatische gebeurtenis raakt de zelfbenoemde Poolse dichter Janusz verzeild in een innerlijke zoektocht die gaandeweg allesbepalende proporties aanneemt voor zijn eigen toekomst en die van zijn omgeving. De debuutroman van Niek Schermer.
€18,99 Paperback

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *