30 Oktober 2021, Tutoyeren

Wellicht is mijn Pools ietwat informeel. 

Het gebeurt steeds minder, maar er hebben zich wel eens situaties voorgedaan. 

Situaties waarin ik erachter kwam dat mijn Pools taalgebruik af en toe nog iets te ‘informeel’ is tegen niet-bekenden. 

De eerste keer dat ik me in zo’n situatie begaf, was op de Universiteit van Katowice. 

Ik zat in een klas met een aanzienlijk Oost-Europees tintje, aangezien mijn klasgenoten vrijwel allemaal uit Oekraïne en Wit-Rusland kwamen. 

Afijn, ik had een licht onderonsje met de lerares, waarover het ging is me inmiddels ontschoten, maar ik sloot de woordenwisseling af met ‘zie je wel’. 

En meteen hoorde ik mijn medeleerlingen naar adem happen, waarna ze geschokt mijn richting inkeken. 

“Wat heb ik nou weer gedaan?”, dacht ik bij mezelf. 

Totdat ik links achter mij iemand hoorde fluisteren:

“Hij zij JE tegen de docente.” 

Nu wist ik eindelijk wat er was, en loste ik de situatie op door hardop ‘oeps’ te zeggen. Daarmee was de kous af. 

Dat is inmiddels al jaren geleden, maar nog steeds voelt het erg ongemakkelijk om tegen iedere onbekende van ongeveer jouw leeftijd of ouder, meneer of mevrouw te moeten zeggen. 

Lang heb ik gedacht dat ik er niet aan gewend was geraakt, totdat ik een half jaar geleden in de Jumbo was. 

Toendertijd was het schijnbaar verplicht om een karretje te hebben, iets wat in Polen niet verplicht was. 

Mezelf van geen kwaad bewust pakte ik mijn boodschappen, totdat ik bij de bakker arriveerde, die meteen op mij af kwam gelopen. 

“Je moet een karretje hebben.”, zei ze. 

Even bleef ik verstijfd staan, terwijl ik mijn gedachten bijna hardop kon horen:

“Je?!” 

Natuurlijk kwam ik snel bij zinnen, ik besefte dat ik mezelf wederom in een andere cultuur begaf, en vroeg waarom dit moest. 

Het antwoord luidde:

“Iedereen moet een karretje hebben, dat zijn de regels. Dus jij ook.” 

En nu draaide het weer in mijn hoofd:

“Jij?!” 

Eenmaal de situatie uitgelegd, kon ik gelukkig op wat sympathie rekenen. En mocht ik zonder karretje de boodschappen doen, op voorwaarde dat ik me de volgende keer wél aan de regels zou houden. 

Eind goed, al goed. 

En ja, ik heb de bakker met ‘u’ en ‘mevrouw’ aangesproken. 

Wellicht is mijn Nederlands ietwat formeel geworden. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *